Als gevolg verzelfstandiging, aanbestedingen en prestatiesturing is publieke dienstverlening verknipt geraakt. Letterlijk, omdat publieke diensten niet meer op elkaar aansluiten, maar ook figuurlijk, doordat bestuurders, managers en professionals in verwarring zijn. Om dit tij te keren moet het streven naar efficiency gecombineerd worden met nieuwe werkwijzen om kwaliteit, samenhang en toewijding te bewerkstelligen. Dit stelt prof.dr. Joop Koppenjan in zijn inaugurele rede ‘Het verknipte bestuur. Over efficiency, samenhang en toewijding bij publieke dienstverlening’. Prof. dr. Koppenjan is benoemd in het ambt van hoogleraar Bestuurskunde, in het bijzonder beleidsprocessen in de publieke sector in de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam .
Bestuurders, managers en dienstverleners verliezen het publieke karakter van dienstverlening door de overheid uit het oog. Voorbeelden hiervan zijn de meldingen over het lichtvaardig uitreiken van diploma’s, te hoge salarissen van bestuurders en managers in verzelfstandigde overheidsdiensten en mislukte vastgoedavonturen van onderwijs- en zorginstellingen.
Het gebruik van bedrijfsmatige organisatie- en werkwijzen in de publiek sector – bekend als New Public Management (NPM) - heeft geleid tot het opsplitsing van voorheen geïntegreerde dienstverlening en is een van de belangrijkste oorzaken van deze problemen. Toch is er geen weg terug, aldus Koppenjan. De aandacht voor efficiency en bedrijfsmatig werken is niet per definitie verkeerd, maar moet gecombineerd worden met nieuwe werkwijzen die het publieke karakter van dienstverlening veilig stellen. Hij noemt dit New Public Governance.
Koppenjan besprak vier scenario’s van organisatie en sturingswijzen – governance - die prikkels tot efficiency combineren met de behoefte aan kwaliteit, samenhang en toewijding. Koppenjan signaleerde verder tal van initiatieven waarbij bestuurders en dienstverleners door innovatieve werkwijzen proberen deze combinaties tot stand te brengen. De gemeente Rotterdam besteedt bijvoorbeeld hulpverlening in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gebiedsgericht aan. Zorginstellingen zijn uitgenodigd consortia te vormen die voor een bepaalde wijk verschillende diensten gezamenlijk aanbieden Concurrentie wordt zo gecombineerd met de behoefte aan samenhang.
Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam